Soms hoor ik auteurs zeggen dat ze liever “vrij” schrijven.
Zonder plan. Zonder structuur. Omdat dat creatiever zou zijn. Losser. Authentieker.
En ja, voor sommigen werkt dat. Zeker bij fictie, waar personages soms hun eigen gang gaan en verhalen zich onverwacht ontvouwen. Maar zelfs daar ontstaat zo’n boek zelden uit het niets. Het heeft vaak al maanden, soms jaren, liggen broeden. In gedachten. In beelden. In zinnen die nog geen plaats hadden.
Veel fictieschrijvers werken niet voor niets met muren vol post-its. Ze schuiven, herschikken, laten los en beginnen opnieuw. Niet omdat ze geen structuur willen, maar omdat ze zoeken naar de juiste.

Bij non-fictie zie ik iets anders gebeuren
Daar wordt een gedachte opgeworpen, vaak een sterke, en vervolgens blijft ze rondcirkelen. Niet uit gebrek aan intelligentie of diepgang, maar omdat er geen bedding is. De tekst beweegt wel, maar komt niet echt vooruit. Je schrijft, herschrijft, twijfelt, keert terug… en tegen de avond heb je vooral veel bewogen. Drie stappen vooruit, twee achteruit. Met een hoofd dat voller is dan toen je begon.
Het vreemde is: net dan denken we vaak dat structuur het probleem is. Alsof creativiteit een wild paard is dat je vooral niet mag aanraken.
Ik heb dat zelf ook lang gedacht.
Tot ergens, ooit, de euro viel.
Ook creativiteit vraagt voorbereiding
Zelfs al bestaat mijn werk grotendeels uit lezen en schrijven, telkens opnieuw merk ik hoe essentieel voorbereiding is. Niet als keurslijf, wel als bedding. Als iets waarbinnen creativiteit zich veilig kan bewegen.
Vooraf weten:
- voor wie je schrijft
- waarom je schrijft (en wat dat zegt over jou als auteur)
- en idealiter ook: welke boodschap je de lezer wil meegeven
Niet om alles vast te zetten, maar om te voorkomen dat je tekst alle kanten op schiet. En misschien nog belangrijker: zodat jij, als auteur, weet waar je naartoe wil, ook op dagen waarop het schrijven stroef gaat.
Van daaruit ontstaat vanzelf structuur. Niet als beperking, maar als houvast. Je inhoudstafel als kompas. Iets wat helpt om herhaling te herkennen, om niet telkens opnieuw te beginnen, en om de dag nadien weer te weten waar je kan verdergaan.
Want schrijven vraagt moed.
Een lange adem.
En uithoudingsvermogen.
En precies daar bewijst voorbereiding haar waarde.
De parallel met bewegen
Onlangs moest ik denken aan sporten. Aan dansen. Aan pilates.
Je warmt op.
Je lichaam komt erin.
Je zoekt je adem, je ritme, je vertrouwen.
Niemand verwacht dat je op minuut één volledig in je kracht staat. En toch verwachten we dat bij creativiteit soms wel. Alsof het meteen moet stromen. Alsof het anders niet van ons is.
Tyler Alterman verwoordt het haarscherp:
“Amongst dancers, it’s well known that there’s a pre-dance that you have to do before each time you dance. You have to bear 10–30 minutes of dancing in a way that feels awkward before you really hit your groove.
If you didn’t know about the pre-dance phenomenon, then you might give up dancing at minute 7, right before you were about to hit your groove.
I find that anything involving creativity is like this, from writing to schmoozing at a party to working through my own complex emotions.
If you don’t know that all these things require an awkward pre-dance, then you lose confidence too early. You conclude that you’re ‘just not a creative person.’
You give up — or start using an AI instead of your own internal ocean of untapped intelligence.”
Dat is het dus.
Creativiteit heeft een aanloop nodig. Een opwarming. Een fase waarin het nog wat wringt, schuurt en ongecoördineerd aanvoelt. Niet omdat je het niet kan, maar omdat je er nog in moet komen.
Als je dat niet weet, trek je vaak te snel conclusies.
Zie je wel, het stroomt niet. Misschien ben ik gewoon niet creatief.
Terwijl je eigenlijk nog maar net je veters aan het strikken was.
Ik herken dat zó. Dat gevoel dat er iets zit, maar dat het zich nog niet laat vangen. Je weet het, ergens diep vanbinnen. Alleen… de woorden doen nog niet meteen mee. En dan lees je iets, of hoor je iemand het zeggen, en denk je: ja, dit bedoel ik. Alsof iemand even met een zaklamp schijnt op iets wat al lang aanwezig was.
Misschien is dat ook waarom ik zo graag lees. Omdat woorden soms niet nieuw zijn, maar herinnerend. Ze leggen bloot wat er al was, maar nog geen vorm had.
Schrijven voelt voor mij vaak niet als iets verzinnen, maar als iets terugvinden. En voorbereiding helpt daarbij. Ze dwingt niets af. Ze nodigt uit. Ze maakt ruimte zodat creativiteit niet hoeft te vechten, maar mag opborrelen, … op haar tempo.
Dus nee, voorbereiding is geen uitstel.
Het is zorg.
Voor je ideeën.
Voor je energie.
En uiteindelijk ook voor jezelf als auteur.
Herken je dit? Dat gevoel dat er iets in je zit, maar dat het nog bedding nodig heeft? Dat je ergens weet dat het niet vastzit, maar nog onderweg is?
Laat het me gerust weten. Ik denk graag even met je mee.
Niet om te duwen. Wel om samen te kijken waar je flow misschien al klaarstaat.
Met bemoedigende groet,

PS Zin om samen te kijken of je mentale of zelfs schriftelijke voorbereiding klaar is voor het echte werk? Dan is dat gesprek misschien precies jouw pre-dance. Plan je vrijblijvend gesprek!
